Skip to main content
Geen categorie

Vangklaar zetten van Larsenkooien en Trechtervallen

Auteur: 9 februari 2022Geen reacties

Beste leden van WBEVA
Beste jagers

De bestrijding van kraaiachtigen wordt sinds 2009 geregeld in bijlage 3 van het Soortenbesluit. Die is toegestaan mits een wildbeheereenheid of een onafhankelijk jachtrechthouder over een vergunning van het Agentschap voor Natuur en Bos beschikt. Vanaf 16 februari tot en met 15 oktober mogen uw Larsenkooien en trechtervallen opnieuw vangklaar opgesteld worden. De bestrijding met Larsenkooien of trechtervallen is toegestaan omwille van het voorkomen van schade aan professioneel geteelde gewassen (voor kraai, ekster en kauw), aan professionele fruitteelt (voor Vlaamse gaai) of om de wilde fauna en flora te beschermen of de natuurlijke habitats in stand te houden (voor kraai en ekster).

Er gelden een aantal gebruiksvoorwaarden:

  • de vallen of kooien bevatten geen vlees of slachtafval als lokaas
  • voor elke aangemelde trechterval of Larsen-kooi mag de aanvrager maximaal twee levende lokdieren in bezit hebben, gebruiken en vervoeren van de soort die hij volgens de aanvraag beoogt te bestrijden. De levende lokdieren hoeven niet geringd te zijn. De lokdieren moeten evenwel te allen tijde voedsel, water en beschutting ter beschikking hebben
  • de vallen en kooien worden dagelijks gecontroleerd en alle andere gevangen dieren dan de soorten waarvoor het gebruik van vallen is toegestaan, worden dadelijk ter plekke in vrijheid gesteld
  • de vallen en kooien worden geïdentificeerd met een weersbestendig plaatje waarop de naam van de te bestrijden soort, het telefoonnummer van het agentschap alsook, in voorkomend geval, het jachtverlofnummer van de plaatser van de val leesbaar vermeld staan. Daarnaast wordt ook de volgende tekst op het plaatje vermeld: “Deze val is geplaatst conform de uitvoeringsmodaliteiten van het Soortenbesluit van 15 mei 2009, bijlage 3”.

Een dergelijk weerbestendig plaatje kan u hier vinden in de webshop van HVV.

 

Indien u de bestrijding uitvoert op vraag van een (mede-)jachtrechthouder en uzelf genodigde bent, dan moet u over een schriftelijke toestemming van de jachtrechthouder beschikken om de bestrijding uit te voeren. Indien u wel (mede-)jachtrechthouder bent, dan wordt u beschouwd als grondgebruiker en dient u dergelijke schriftelijke toestemming niet op zak te hebben. Om eventuele discussies met handhavers te vermijden, houdt u best een kopie van de vergunning van het Agentschap voor Natuur en Bos bij de hand.

Weidelijke groet
RvB WBEVA

Reageer op dit bericht: